ONAFHANKELIJKHEIDSFRONT
PARTIZANEN
Vriendenkring regio Mechelen
BELGISCH PARTIZANENLEGER - PATRIOTTISCHE MILITIES - BURGERLIJK VERZET - SLUIKPERS
DUIKBOOTOORLOG IN WERKHUIZEN RATEAU MUIZEN, 14 MAART 1944

Eén van de adressen waar ik nogal eens langs kwam om er mee te eten of om er een paar uur gewoon wat thuis te zijn in afwachting dat het weer avond zou worden, was bij Jean DE VIJLDER (°Muizen 7.7.'12, ijzerdraaier NMBS) op de Leuvensesteenweg 218 te Muizen. Jean had altijd wel wat nieuwtjes voor ons over de spoorwegen, over de reacties op onze aanslagen, over zijn nieuw werk in de 'Werkhuizen Rateau', één van de grote metaalconstructie- ateliers in Mechelen.

In Rateau arbeidde men al heel lang, nagenoeg van bij het begin van de oorlog, aan... duikbootturbines!

En nu waren die turbines, een tiental, bijna afgewerkt, met heel de elektriciteitsvoorziening en al erbij. Er werd al over transport naar Duitsland gesproken.

Jean was nog niet uitgesproken of ik wist al wat onze volgende, grote opdracht zou zijn: de duikbootturbines en de fabriek Rateau dynamiteren.

We hadden alles voorhanden: dynamiet, inlichtingen, de mankracht, Leon Engelen, onze geschoolde saboteur uit Engeland. . .

Ik bracht nog dezelfde dag Georges Mertens op de hoogte en een paar dagen later zette onze organisatie zich in gang. Ik bezocht nogmaals een paar keer Jean De Vijlder.
Jean leverde mij alle mogelijke en nodige inlichtingen: de toegang, de bewaking door zwarte fabriekswachters met geweren gewapend, de plaats waar de turbines in de enorme fabriekshallen te vinden waren, de belangrijkste te vernielen installaties...

Tenslotte heeft Jean voor mij nog een volledige plattegrond van de fabriek getekend. Zijn vrouw kreeg echter argwaan en schrik. Zij vermoedde wel waar haar man mee bezig was. De dag dat Jean mij de plattegronden wilde overhandigen kwam zij ertussen, dat ze niet wilde dat haar man gevaar zou lopen, dat ze schrik had enz. . . (ik kon haar geen ongelijk geven).

Maar ondertussen zat Jean daar met zijn plannen. De vrouw eiste tenslotte dat hij de papieren in de kachel stak. En tot mijn teleurstelling stak Jean inderdaad een pak papier in de kachel... maar niet de plattegrond. Nauwelijks was zijn vrouw uit de kamer of hij stopte mij de plannen in de hand.

Met Georges en Leon Engelen zetten we dan, aan de hand van de inlichtingen en plannen van Jean, een 'plan de campagne' op. Voor de overval mobiliseerden we niet minder dan 13 Partizanen! Alles waarover wij konden beschikken. En ik kan u verzekeren dat zoiets, , s'nachts in volle bezettingstijd, geen kinderspel was. De meesten van onze mannen leefden ondergedoken. Met een ingewikkeld koeriersnet gingen we die in hun schuilplaatsen verwittigen. Wij rekenden op hun discipline om op het juiste uur op de goede plaats te komen. We hadden ook allemaal geen wapen. Dat moest dan opgehaald, vervoerd, afgegeven worden, soms nog met de nodige richtlijnen voor gebruik.

Op 10 maart brachten Miel en War Van Hoof 25 kg dynamiet naar Gust SEMEELEN (°Rijmenam 22.7.'12, stadswerkman), in de Vekestraat 15 te Muizen. Gust was de chef van het detachement van Muizen. Hij had zijn sporen al verdiend bij de verdeling van sluikbladen en de vernieling van de signalisatiekabels te Hever en Muizen.

Dinsdag 14 maart om 23 uur sloegen we toe. Gust bracht de dynamiet naar de afgesproken plaats, vergezeld van twee van zijn mannen: Leon DE VOS (°Walem 9.2.'06, Leuvensevest 214 Muizen, bode) en Leo VAN ROMPAY (Steenweg op Leuven 240 Muizen, bediende), en Albert VANDENBERGH (°Burnham 2.8.'15, gevangenisbewaker). Ook het detachement van Putte was present met Alfons CAMPS, Jozef OPDEBEECK en Jules BASTAENS.
Uit Hofstade kwamen Henri VANDERELST en 'Bill' TRAUWKENS. Van Boortmeerbeek waren er natuurlijk Georges en Désiré, ik, en War en Miel VAN HOOF. Heel de groep plaatste zich onder leiding van Leon ENGELEN.

Voor de fabriek plaatsten we Leon De Vos en Leo Van Rompay om de wacht te houden. Langs achter drongen we de fabriek binnen. Door over de muur te klauteren konden Miel Van Hoof en ik de achterpoort openen. De telefoondraden hadden we even tevoren met een touw overgetrokken. Zonder problemen overmeesterden we drie zwarte fabriekswachters. Die zaten gewoon wat te suffen. Tot ons maar ook tot hun geluk. Er bestond natuurlijk een onderscheid tussen 'zwart' en 'zwart'. De kerels die we hier overmeesterden waren eerder van het soort 'groot en lomp', van die sukkelaars die de kost verdienden door zich in 't zwart te steken.

We wisten van Jean De Vijlder dat het geen slechte mannen waren, maar niettemin bleven het onze vijanden en ze liepen evengoed als wij met wapens rond. Het is helemaal niet zeker dat zij ons zouden sparen of laten lopen als we in hun macht zouden komen!
We bonden hen op hun stoelen vast. In hun mond staken we een halve aardappel - speciaal daarvoor meegebracht - en dan een doek over hun gezicht. De mannen van Putte en Hofstade bleven bij hen in het wachtlokaal. De rest ging nu op zoek naar de turbines en de te saboteren installaties.

Terwijl Engelen, Georges en Désiré, de twee Van Hoven en Gust Semeelen één voor één de ladingen aanbrengen en van tijdontstekers en slagkoorden voorzien liep ik langsheen de minder belangrijke machines en sla met een hamer , waar ik maar kan, manometers en bronzen onderdelen en leidingen kapot . We zijn daar wel een heel uur bezig geweest om de turbines, maar ook de stoomcentrale en de 'tour verticale' te ondermijnen.

Daarna gaf Georges het teken tot de aftocht. We stuurden onze wachters weg, we haalden de bewakers van de fabriekswachters terug - één van die zwarten hebben ze nog moeten helpen om te wateren - en we verlieten het terrein weer langs de achterpoort. Vandaar te voet naar de stelplaats van onze fietsen en dan reden we nog een eind weg, tot tegen de kanaaldijk. We waren allemaal nogal opgewonden om het resultaat van onze grootste dynamitering te zien: 25 kg die in één keer zou ontploffen.

Rond twee uur volgde de explosie: één grote, donderende slag. Een deel van het dak van de grote hal ging omhoog. Van Jean De Vijlder vernamen we dat stukken metaal van 25 kg tot op de daken werden geslingerd, de 'tour verticale' en de stoomcentrale werden verpulverd en de turbines zijn totaal vernield.

Tevreden over het daverende resultaat, leverden we onze wapens in aan Fons Camps, die ze meenam naar Putte, en met Georges, Désiré en Leon nam ik 's morgenvroeg de trein naar Brussel. In Brussel hadden we nooit wapens bij.

De Duitsers deelden een folder uit waarin zij 200.000 F beloofden voor wie inlichtingen over de daders kon verstrekken. Als Jean De Vijlder de dag daarna gaat werken is de fabriek door Feldgendarmen bezet. Alle werkmannen worden streng onderhoord. Jean ontsnapt eraan door zich als vrijwilliger te melden om op het gehavende dak te werken.

Bron: KRONIEK VAN DE PARTIZANENGROEP
BOORTMEERBEEK HOFSTADE – PUTTE – MUIZEN – KAMPENHOUT

Ward Adriaens